Voetbal toen en nu, deel 2

Wil Peeters

Voor U als trouwe bezoeker van FortunaHome: Voetbal toen en nu, deel II

Een voetbal tijdsbeeld uit de zestiger jaren.

Het einde van de jaren 50 naderde met rasse schreden. In 1959 verhuisden wij van de Helstraat naar een nieuwbouwwijk in de Baandert. Ons nieuwe optrekje lag in de Albrecht-Rodenbachtstraat. In die straat viel onlangs de megaklapper in de postcode loterij. Mevrouw Schols en de familie Libregts zijn voor mij dan ook geen onbekenden. Bij de familie Schols, meneer Zef Schols overleed pakweg tien jaar geleden, kwam ik voor het eerst in aanraking met rechtstreeks voetbal op tv. De legendarische EC finale te Amsterdam tussen Real Madrid en Benfica staat nog altijd te boek als een van de spectaculairste finales ooit. De Portugezen wonnen, ik zag het duel op in kleine tv met niet meer voor te stellen zwart-wit kleuren, uiteindelijk met 5-3.

Ik kwam terecht in een nieuwe wijk, een wijk in opbouw, met een overdaad aan speelruimte. Daar waar nu in Overhoven een industriegebied ligt, graasden vroeger tussen de hoogstammen de koeien. Het Cios terrein was toen nog een ongerept natuurgebied, met hier en daar moerasgrond.

Wil's column

In die toen moderne wijk hield men op voorhand rekening met de jeugd. Jeugd moest spelen en vrij zijn, vandaar dat er genoeg trapveldjes lagen om onze hobby te beoefenen. We voetbalden iedere dag, duels op het scherpst van de snede. Lid worden van een voetbalclub was er toen nog niet bij. Je moest je je techniek eigen maken op straat, op een plein of een trapveldje. Later toen we groter groeiden speelden we met onze wijk tegen de kinderen uit de stad, of tegen het Limbrichterveld, van trainer Gerrit Vanderlijden, inderdaad de vader van. Ook raapten wij de euvele moed bij elkaar om de strijd aan te gaan met jongens uit Sanderbout en Stadbroek. Duels die vaak ontaarden in veldslagen. Onze gewonnen beker moesten we direct weer inleveren op straffe van een pak slaag.

Zondags stonden we echter zij aan zij onze plaatselijke coryfeeŽn aan te moedigen. Uit onze buurt is alleen Jan Lauers (ex-jeugdtrainer van Fortuna en PSV en nu werkzaam bij Roda) erin geslaagd om het eerste team van Sittardia te bereiken. Ook de eenmaal voor Oranje uitgenodigde Willy Janssen leerde de beginselen van het voetbal bij ons op het trapveldje. Hij vertrok echter op jeugdige leeftijd naar PSV en verdedigde nooit de Sittardse kleuren.

Wil's column

Opvallend was wel dat talrijke eerste elftal spelers van Sittardia in ons wijk woonden. Wij vertoonden dan ook regelmatig tussen twee flatgebouwen in onze kunstjes onder het toeziend oog van de gebroeders Brull, Jo Plum, Frits Smeets, de Joegoslaaf Srjedan Sebinac, doelman Jo Peersman en Chrisje Quix.. Om niet helemaal de chronologische volgorde uit het oog te verliezen moet ik terug naar het begin van de jaren 60. In de overwegend katholieke wijk bleek het houten noodkerkje te klein voor de toen nog talrijke gelovigen. De smeekbede van bouw Pastoor Linssen bleek niet aan dovemans oren gericht. De gemeente besloot unaniem om op het onderkomen van Sittardia, het hart van de wijk, een kerk te bouwen. Sittardia verhuisde naar het braakliggende terrein tussen de Baandert en Stadbroek.. Het stadion verrees op nauwelijks honderd meter van mijn ouderlijke woning. Iedere dag liep ik als een ware uitvoerder over het in aanbouw zijnde complex. Ik was dan ook zo trots als een pauw toen in 1964 het stadion gereed was.

Het eerste officiŽle competitie duel was tegen landskampioen DWS.Sittardia was net gepromoveerd en hield de hoofdstedelingen op een knap gelijkspel. Het was onze Duitse aanwinst Dieter Gresens die het eerste Sittardia doelpunt liet aanteken. In die tijd leek Sittardia wel een optie op de "heen en weer" van Volendam te hebben. Na promotie volgde weer een degradatie. Die uit Geleen bleven ons de loef afsteken en dat bleef pijn doen. Onze titel uit 64 verbleekte bij de bekerwinst van Fortuna op Den Haag. Na de degradatie in 1965 volgde er weer promotie in 1966. Meest spectaculaire zege uit dat seizoen was de 9-1 winst in en tegen Volendam, met 5 doelpunten van Leo van der Linden en 4 van Theo Netten. Ik was toen net dertien jaar en erbij in Volendam. Mijn tante woonde toen in Scharwoude vlakbij Alkmaar en samen met mijn vader gingen wij enkele dagen van te voren naar tante om van daaruit naar Volendam te rijden.

Wil's column

In 1965 nam overigens een van Sittardia's meest legendarische spelers afscheid van het betaald voetbal namelijk Joep Beckers. Beckers is met zijn 41 jaar en 6 maanden nog steeds de oudste veldspeler ooit in het betaalde voetbal. Onlangs helaas overleden. Beckers was de man die in de Kuip de door iedereen gevreesde en in Zuid immens populaire Beertje Kreyermaat een dubbele beenbreuk bezorgde. Na afloop koelden enkele Rotterdamse heethoofden hun woede op de Sittardse spelersbus. Vrijwel alle ruiten gingen aan diggelen en Sitardia moest onder politiebewaking Rotterdam verlaten. Beckers was ook de man die nooit een strafschop mistte. Legendarisch waren zijn woorden voor de camera van Sport in Beeld na weer een benutte strafschop. Op de vraag van de dienstdoende commentator of Beckers veel trainde of strafschoppen antwoordde Joep doodleuk, "Nee nooit, ik kijk nu eenmaal scheel en iedere keeper denkt dat ik dan in de hoek schiet waar ik naar kijk , maar ik pak altijd die andere hoek."

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig waren ook de jaren dat donkere spelers als Humphry Mijnals en Erwin Sparendam hun opwachting maakten op de Nederlandse velden. Deze spelers waren een ware bezienswaardigheid en lokten talrijke extra publiek naar de duels.In die periode was Gerard of te wel Sjeer Gruizen mijn absolute favoriet.Gruizen drievoudig international was midden jaren zestig eigenlijk al op zijn retour. Toch waren er nog van die momenten dat Gruizen als een Coen Moulijn in zijn beste dagen, zijn tegenstander tot razernij dreef. Na een formidabele passeerbeweging legde Sjeer, de bal panklaar op het kopgrage hoofd van spits van der Linden. Doelpunt Sittardia en klaar was Sjeer voor die dag en dat pikten de supporters niet.

In Sittard zag men graag mannen die het gras opvraten en had men een hekel aan flegmatieke buitenspelers (nog steeds blijkbaar zie Tychon). Sjeer kon dat knokken niet meer opbrengen, gesloopt als hij was door de talrijke aanslagen op zijn ledematen. Het verhaal dat Sjeer bij regenweer na de pauze van positie wisselde om maar niet in de regen te hoeven lopen (het stadion was toen slechts aan een kant overkapt) gonsde dan ook regelmatig door de Sittardse uitspanningen.In de laatste maanden van zijn voetbal loopbaan die eindigde in 1968 werd Sjeer vaak op genante wijze benaderd door zogenaamde supporters. Mijn slingerde hem de meest vreselijke ziektes naar zijn kop, ik kon dat uiteindelijk niet meer aanhoren. Als menneke van 15 had ik nog niet de euvele moed om de verbale confrontatie met deze groep gefrustreerde ouderen aan te durven. Ik zocht dan ook mijn heil voortaan achter de goal waar nog meer Gruizen adepten stonden.Het deed me pijn om te horen en te zien hoe mijn local hero aan zijn voetbal einde kwam. Sjeer die ik van jongs af aan kende als onze kolenboer. De man die een keer in de maand onze voorraad kolen kwam aanvullen. Zwart als roet met een markant petje op zijn hoofd vroeg hij dan immer "en jungske kumpste de volgende keer auch weer", waarop ik zenuwachtig zei "zeker meneer Gruizen", waarop hij antwoordde: "zulste auch veur mich klappe." Die man die als een grootheid in mijn geheugen gegrift stond werd willens en wetens kapot gemaakt door enkele nitwits, voor mij een eerste vorm van vocaal voetbalgeweld.

Wil's column

In 1967 staken plots onheilspellende geruchten de kop op. Vanuit Geleen bereikte ons de mare dat het financieel niet erg goed ging met Fortuna (waar hebben we dat vaker gehoord). Successen in Geleen bleven uit, voornamelijk dankzij de vele verre reizen naar lucratieve oorden die de dure spelers van Fortuna moesten maken om de clubkas te spekken. Op zondag waren de spelers opgebrand en leden zij vaak nederlagen tegen onbeduidende tegenstanders. Gevolg: het publiek bleef weg en de inkomsten holden zienderogen achteruit. Die van Geleen zochten toenadering tot het financieel wel gezonde Sittardia en na lang wikken en wegen besloot men om te fuseren. Was dat even schrikken voor een vijftien jarige puber toen deze naargeestige droom in 1968 werkelijkheid werd. Ik voelde me bedrogen en vernedert. Samengaan met die van Geleen. Ik besloot om nooit meer een stap in het stadion te zetten.

Ook het feit dat de nieuwe fusieclub ondanks de degradatie van zowel Fortuna als Sittardia alsnog in de eredivisie mocht uitkomen dankzij de opheffing van Xerxes kon mij niet vermurwen. Zo kwam er een einde aan mijn perikelen als trouwe fan. Volgende keer mijn comeback als diehard.




Access denied for user ''@'localhost' (using password: NO)